“Ieder mens is religieus, voor zover hij in staat is tot aandacht en stilte” (Jean Guitton)

13 april 2026 - Clervaux, Luxemburg

Mooi nieuws om mee wakker te worden: de overwinning van Magyar op Orbán tijdens de Hongaarse verkiezingen. Eindelijk weer wat vrolijker nieuws. 

Het was en bleef grijs, maar de regen bleef uit tot 14.00 uur en bleef beperkt tot miezer. Koud was het wel. Ik heb weer een thermohemd aan. 
Even voor half tien klommen we naar de de Benedictijner Abdij van Saint Maurice. Het staat hoog boven de stad, hoger dan het kasteel. De abdij is in neoromaanse stijl opgetrokken en is gebouwd in 1909-1910. Het is in gebruik genomen door Benedictijner monniken van de Franse Abdij van Saint-Maur de Glanfeutl.
Er verblijven nu nog elf monniken, “die zich volgens de Regel van Benedictus wijden aan het gemeenschappelijk koorgebed, persoonlijk gebed, de lectio divina (studie van de Heilig Schrift) en intellectuele of manuele arbeid. Dit evenwicht vindt haar samenvatting in de uitspraak “ora et labora” (Bron: Wikipedia).

Zevenmaal per dag bidden de monniken onder leiding van de abt de getijdengebeden, de eerste om 5.15 uur. Wij woonden de mis bij van 10.00 uur. Jean Guitton zei: “Ieder mens is religieus voor zover hij in staat is tot aandacht en stilte”. In die zin ben ik religieus.
De stilte tussen de Gregoriaanse gezangen (ingehouden en bijna kwetsbaar gezongen) was oorverdovend. Ik hoorde het bloed in mijn oren suizen. Wij zaten met 15 andere gelovigen in de kapel en je kon echt een speld horen vallen. De rituelen zijn bekend, de hiërarchie onbegrijpelijk. Omdat de voertaal Frans was en mijn schoolfrans niet voorzag in een religieuze woordenschat, kon ik het niet altijd volgen. Dat was niet erg. Ik laafde me aan de rust en stilte die over me kwam.  Ik voelde een verlangen in deze stille ruimte langer te verblijven, maar drie kwartier later was de dienst afgelopen. 

De door ons gereserveerde rondleiding ging niet door. De VVV had kennelijk bedacht dat met Paasmaandag de rondleiding een week doorgeschoven zou worden, maar de abt hield de eerste maandag van de maand aan. Tenminste dat is onze verklaring voor de gemiste rondleiding. 
We liepen terug naar de camping via de Parochiekerk Saint Côme et Damien. De architectuur van de kerk uit begin 20ste eeuw is Rijnlands-Romaans. Mooie mozaïeken en gebrandschilderde ramen.
We dronken koffie en lunchten in Gea.
Om half twee liepen we naar het “Het Musée Bataille et Château” voor de Slag om de Ardennen, met name voor de aanval op Clervaux op 16 en 17 december 1944. Documenten, uniformen en wapens moesten ons een beeld geven wat er toentertijd had plaatsgevonden. Ik liep met een zwaar gemoed rond. De dagelijkse beelden van de oorlog in het Midden Oosten en Oekraïne en het verhaal over de burgeroorlog in Kabul (ca. 1992-1996) uit mijn boek “In mijn ogen draag ik wolken” ((Forugh Karim), waren al wreed en angstaanjagend genoeg. En dan deze tentoonstelling. De mens heeft niets geleerd van de gruwelijke tweede wereldoorlog en dat maakt het allemaal nog erger. 
De tentoonstelling van alle 22 Luxemburgse kastelen op een schaal van 1:1000, gemaakt tussen 1965 en 1970 voor presentatie in de zalen van het kasteel, dat na zijn verwoesting in de oorlog was herbouwd, gaf me meer lucht en plezier. 

En zo is er weer een dag voorbij gegaan. Morgen weer lekker wandelen. Het weer wordt iets zonniger, droog en warmer. Ik kijk er naar uit! 
 

Foto’s

Jouw reactie