“Slow down and enjoy the simpel pleasures in life” (onbekend)

4 april 2026 - Ettelbruck, Luxemburg

Het was nog niet eerder zo warm geweest: 14 graden bij vertrek om 9.15 uur. Weinig wind, wel bewolkt. Het was vandaag ‘Jantje huilt en Jantje lacht”; een klein miezelbuitje en dan weer een opklaring. 
Met bus 250 reden we naar het busstation en vervolgens met bus 133 naar Esch-sur-Sûre. 
 

Net als gisteren viel me de grote aantallen Afrikaanse mensen op. Luxemburg kent een ruimhartig asielbeleid; 70% van de asiel aanvragen worden ingewilligd. De buschauffeurs, die ons vervoerden waren Afrikaanse mensen. Maar ik zag ook jonge mannen met uitzichtloosheid in de ogen. 
Waar ik altijd één dimensionaal dacht over assielbeleid, gaat alles schuiven in mijn hoofd. Ook naar aanleiding van mijn ervaringen met mijn Afghaanse familie. Al wandelend kouwde ik op deze kwestie, maar had geen antwoorden. 
 

Onze chauffeur reed weer net zo hard als gisteren “met een krappe dienstregeling” (DickJan) op zijn hielen. De muziek stond keihard. Terwijl ik me zat te irriteren hield DickJan me voor dat ik me daar maar op moest instellen. Natuurlijk had hij gelijk. Je moet iets over hebben voor gratis OV.
Het was wel duidelijk dat welgestelde mensen niet uit de auto werden getrokken door het gratis aangeboden vervoer. Armoe troef vermengd met de geur van sigaretten. 
We reden door landelijk gebied waar totaal geen bewoning was. Dorpen als Merscheid en Eschdorf reden we in en zo weer uit. Om 10.10 uur kwamen we aan in Esch-sur-Sûre.

Het toeristische stadje telde op 1 januari ‘25 3.379 inwoners op een oppervlak van 51,25 vierkante meter. Het is gelegen aan de Sûre, die in een hoefijzervorm rond het stadje stroomt. Boven het stadje ligt een kasteelruïne uit 927, een wachttoren, een middeleeuwse kapel en begraafplaats en een standbeeld van Maria. 
We dronken eerst koffie in “Schumacher”, een bakker, kruidenier en café ineen. Brood en broodjes namen we ook mee in de rugzak. 
We liepen vervolgens de smalle kronkelende straatjes naar de kerk (uit 1806), waar we een kaarsje brandden voor de wereld. Oude foto’s die overal in het stadje staan opgesteld, laten een wereld zien die nauwelijks is veranderd. 
 

We liepen langs het water richting stuwdam. Even na de stuwdam en stuwmeer begon de klim. Het was 400 meter stijgen en 400 meter dalen vandaag. Het hoogste punt was op 490 meter. We hebben in totaal 10 kilometer gelopen. 
De brem bloeide, de amandelwolfsmelk, speenkruid, grote muur, maarts viooltje, bosanemonen en sleutelbloem. We dronken koffie op een beschut bankje. 
Op een uitzichtpunt zaten twee mensen, de enigen die we vandaag tegenkwamen. Het liep al bijna tegen half twee toen we eindelijk een min of meer beschut plekje zagen waarmee onze boterhammen opaten. 
We daalden af en hoorden de tjiftjaf en de specht en zagen de zwarte specht. 
We voltooiden de rondwandeling om 14.00 uur. In een parkje dronken we thee voordat we met bus 131 naar Ettelbruck reden. We stapten uit in het centrum waar het levendig was en liepen door naar het busstation. Met lijn 114 reden we terug naar de camping waarmee om 16.00 uur aankwamen. 

We zijn in een trage versnelling beland en genieten van de kleine dingen in het leven; een specht, een uitgebreid ontbijt, de bosgeur enzovoort. Het is genieten!

Foto’s

2 Reacties

  1. Hetty Clarisse:
    4 april 2026
    ah , esch sur sure - heel vaak geweest als jonge tiener. ik ben wel eens met mijn broer van het ene kasteel naar het andere geklommen! Levensgevaarlijk achteraf gezien. Veel plezier verder jullie!
  2. Conny Plomp:
    4 april 2026
    O, wow Hetty! Dat doe ik je niet na.
    Dankjewel 🙏

Jouw reactie