“Slecht weer bestaat niet, alleen slechte regenkleding” Noors gezegde
21 mei 2026 - Sogndal, Noorwegen
Gisteren hebben we een mooie rit gereden door prachtige groene, lieflijke dalen, over een pas met sneeuw op 1200 meter en hebben we het indrukwekkende 12e eeuwse staafkerkje van Borgund bezocht.
We hebben (net als vorig jaar) een prachtige staanplaats aan het Sognefjord.
Was het gisteren droog, vannacht is het gaan regenen tot elf uur vanmorgen. Het weerhield ons niet om naar “De Heibergske Samlinger Sogn Folkemuseum” te wandelen. Heen en terug maar 12 kilometer met 200 meter klimmen en dalen. Maar elke kilometer telt in onze training.
We vertrokken om 10 uur met 12 graden. We liepen over een pad langs het turquoise water van het fjord. Ondanks de regen was het prachtig. Ik zag pinksterbloemen bloeien, zenegroen, vrouwenmantel, paardenbloemen, geknikt nagelkruid, bosaardbeitjes, vogelkers, fruitbomen, lijsterbes en maarts viooltjes. Witte huizen in het groen, omringd door bloeiende fruitbomen en rode aan het water. Een hoog idyllisch gehalte!
We liepen de gamlevegen (oude weg) op, het bos in. Bosbessen met kleine rode besjes. Vinkjes vlogen voorbij. Rotsen waren met prachtige kleuren mos begroeid. Het was een gemengd bos. De naaldbomen hadden lichtgroene punten. Het pad was smal met boomwortels en stenen, maar goed te belopen. Een waterval ruiste. De regen hield op, paraplu opgeborgen voor de rest van de dag. Ik zag Mannetjesorchis, bosanemonen met geloken bloemblaadjes en latherus.
We moesten 300 meter langs een drukke weg, waarvan de helft achter de vangrail. Onaangenaam. Op terugweg wist DickJan dit stukje te vermijden. We sloegen af en zagen in tuintjes dotterbloemen en kievitseitjes bloeien. Nog een klimmetje en toen liepen we het openluchtmuseum op. Het was 11.30 uur, de hoogste tijd voor koffie.
Het openluchtmuseum is enigszins vergelijkbaar met dat van Arnhem, maar veel kleiner (40 gebouwen), die een tijdspanne heeft van de middeleeuwen tot 1980. De boerderijdieren waren nu beperkt tot varkens en demonstraties van boederijwerk en ambachten zijn er alleen van juni tot en met augustus. En toch was er genoeg te zien en te genieten. Het gaf een goed beeld hoe mensen vroeger woonden en leefden. Ook binnen met permanente tentoonstellingen over o.a. “ons dagelijks brood”, “de verborgen wereld van volksgeloof en magie”, “Heilige dagen en vakanties”. Alles heel zorgvuldig en met als uitgangspunt vooral volledig te zijn. De wijze van tentoonstellen was misschien niet helemaal anno 2026, maar dat deed er niet toe.
Tot 14.00 uur hebben we rondgelopen. Ik zag een koolmees een nestkast invliegen, bergenia, gebroken hartje en vergeet-mij-nietjes bloeien. We aten onze boterhammen op en even daarna begonnen we met de terugtocht, dezelfde als de heenweg. Meeuwen vlogen boven ons hoofd; de zee is circa 250 kilometer ver, maar toch. Ik zag en hoorde ook de kramsvogels.
Ik ben blij, dat we ons niets hebben aangetrokken van het weer. Het was prima te doen. Even voor 15.30 uur waren we weer op de camping. Alle tijd voor een wasje, bed verschonen enzovoort.
Morgen gaan we ook wandelen. Fijn!
Foto’s
2 Reacties
-
René van den Burg:21 mei 2026Mooie van buiten zijn , de natuur heeft altijd zijn klasse ook met minder weer☺️
-
Conny Plomp:21 mei 2026Dat kan ik alleen maar beamen als ervaringsdeskundige 😉