“Totzover het begin van de lente…
15 mei 2026 - Sauda, Noorwegen
die ons voorkomt als het einde der tijden. De rest van het leven om ons heen fluit erop los, komt uit de knop en bloeit open. Vogels leggen eieren met een optimisme dat ons vreemd is. De magnolia is gezegend, ze kan de krant niet lezen. En de schaduw van een zwaluw stijgt boven zichzelf uit en vliegt de zomer tegemoet” (Stef Bos).
Met deze ode aan de lente begin ik vandaag het blog uit Sauda, Noorwegen. De lente is hier nog maar net begonnen en zoals we later zullen zien, is de winter nog maar net verjaagd.
We zijn nu ruim een week onderweg en hebben veel moois gezien. Noorwegen staat garant voor de puurste en mooiste natuur die je je maar kunt bedenken.
We zijn gisteren aangekomen in Sauda. We hebben langs het gelijknamige fjord gereden, de Svandalsfossen waterval bewonderd en een plaats aan het Saudafjord gevonden. Door de voorruit kijken we uit op het fjord, bloeiende gewone vogelkers en pinksterbloemen. Uit het slaapkamerraam kijk je uit op de besneeuwde toppen van de Hardangervida. Een prachtig plekje!
Vanmorgen vertrokken we om 10.00 uur. We hadden geen haast, want we konden meteen met de wandeling beginnen. Geen aanrijtijd. Het was bewolkt en 12 graden bij vertrek. We liepen langs een veld vol pinksterbloemen, zoveel heb ik er nog nooit bij elkaar gezien. Geen vlinders te bekennen; het is veel te koud. Na de waterval Risvolfossen begon de klim van uiteindelijk 520 meter. Vaak steil. Een hele oude eik refereerde aan Noorse heilige verhalen. Ik zag bosanemonen, zenegroen, pinksterbloemen, paardenbloemen, gewone vogelkers bloeien. Het uitzicht op het Saudafjord was prachtig. In stenige weiden graasden geiten en schapen. We werden welkom geheten in het “Eventyrskrogen”, een sprookjesbos met trollen. We sloegen de uitnodiging af en vervolgden het slingerend pad naar boven. Het was opvallend stil. Zelfs vogels hielden ze zich stil.
Op 300 meter kwamen we aan in een kleine nederzetting van prachtige vakantiehuisjes met groen begroeide daken, Brekkestølsbråtet genaamd. Het uitzicht op de fjord was fenomenaal. Toppen van 1500 meter waren met sneeuw bedekt. Het veranderde om ons heen; het voorjaar gaf plaats aan de winter. Het gras was platgeslagen, geen bloemen meer. Het deed ons denken aan Balisalp in Berner Oberland in het voorjaar. Dominerende kleuren waren oker, bruin en vaalgeel.
We liepen langs een kleine waterkrachtcentrale voordat we in een hutje bij “Trollplassen” koffie dronken uit de veldfles. Het was te koud om lang te blijven zitten. We hoorden ruisend water: de Badekulp. We liepen over de Risbrua. De bomen hadden net (niet) blad. De lijsterbes had net haar lichtgroene blad ontvouwd en de berk bloeide. Verspreid stonden er houten huisjes. Een enkele auto verraadde menselijke aanwezigheid.
Ik mijmerde over al het moois wat we al hadden gezien; de twee dagen in Denemarken en het voornemen volgend jaar daar langeafstandswandelingen te maken; de lunch aan de havenpromenade bij de Kildenconcertgebouw in Kristiansand; de prachtige route langs het Flekkefjord en Jössingfjord; de haven van Stavanger, de vaartocht door het Lysefjord met de Preikestolen en de kleine musea.
De wind nam toe, de temperatuur daalde snel. Capuchon op, handschoenen aan. We kwamen aan op 520 meter en konden niet verder. Waar was het pad gebleven? We stonden tussen sneeuwresten en voor ons lag een klein meertje met een dun laagje ijs. We besloten terug te keren nadat we heel snel een boterham hadden gegeten.
We zagen op de terugweg waar we de afslag hadden gemist. Van dat punt was het nog 6 kilometer. We zagen er van af om naar de Storavassbu hut (580 m) te lopen. Het was koud en nog een eind heen en terug. We aanvaarden de afdaling.
Bij Brekkestølsbråtet (300 meter) zagen we het voorjaar weer terugkomen; bosaardbeitjes bloeiden, de bosbessen hadden rode besjes en verder bloeiden er maartse viooltjes, bosanemonen, dagkoekoeksbloemen, dotterbloemen, paardenbloemen, speenkruid, vrouwenmantel en hoe lager we kwamen: gevlekt longkruid, azalea, forsythia, tulpen, narcissen en maagdenpalm.
Ik maakte nog een schuiver over een steentje. Geen kapotte knieën of broek, wel een pijnlijke rib.
De uitzichten op het Saudafjord waren prachtig, al scheen de zon niet.
Om 14.45 uur kregen we Gea in het vizier. We hebben 15 kilometer gelopen, 520 meter geklommen en gedaald.
Morgen trekken we door naar Kinsarvik. We gaan voorlopig niet naar huis.
Veel plezier.
Prachtig Con, geniet 🥰