“Je loopt niet om de tijd te doden, maar om haar welkom te heten, …
31 juli 2025 - Roden, Nederland
.. om haar bladeren en bloemblaadjes een voor een, seconde voor seconde te plukken” (Frederic Gros).
De laatste julidag begon zo zonnig, maar na een uur hield de zon het voor gezien. Het was 18 graden, bewolkt en er stond een westenwind, kracht drie.
We hadden een “sightseeing” van 45 minuten door het Drentse platteland met bus 83 naar Assen. We reden door de dorpjes Roderesch, Langlo, Norg, Peest, Zeijen en ter Aar voordat we naar het station van Assen reden. Het eerste buitje, dat niet door Buienradar was aangekondigd, viel toen we op bus 20 naar Bovensmilde wachtten.
Zeg je Bovensmilde, dan zeg je de gijzeling in de lagere school, tegelijkertijd met de treinkaping in De Punt in 1977. Ik weet nog hoeveel indruk het indertijd op mij maakte.
Na een espresso op een bankje aan het kanaal (“Café the Bridge” was dicht), begonnen we om 11.30 uur met lopen.
Drie kilometer over een saaie rechte weg tussen uien, voederbieten en (droog)bloemen. De stemmen in mijn hoofd waren luid en duidelijk hoorbaar. Het ene kamp mopperde er op los (het begon ook nog eens te miezeren en ik had hoge nood) en het andere was van mening dat rechte saaie wegen met regen er ook bij hoorden.
Het was niet het Drenthepad, dat we volgden; het was een noodzakelijke route naar het Fochteloerveen, anders kwamen we er niet. Na drie kilometer betraden we het natuurgebied van Natuurmonumenten. Een savanneachtig landschap van hoogveen. Zo hebben grote delen van Nederland er ooit uitgezien. Prachtige, ruige en natte natuur, waar de kraanvogels zich thuisvoelen. Ondanks dat we uitkeken van de uitkijktoren, hebben we er geen gezien. Het Esmeer gaf evenmin veel “wildlife” prijs.
Opnieuw een saaie rechte weg zonder een bankje om te lunchen. Wel een penetrante varkenslucht. Eindelijk na 8,5 kilometer konden we lunchen. Een snelle lunch, want het was frisjes.
Eenmaal weer op het Drenthepad werd het mooier. We liepen door bos, het Norger Esdorpenlandschap. Een uur na de lunch passeerden we Huis te Westervelde, dat verscholen in het groen lag. Het 18e eeuwse theekoepeltje leek in het hek geïntegreerd.
Het dorp Westervelde telt mooie monumentale boerderijen en een hunebed. “Het hunebed van Westervelde (D2) is een klein hunebed met oorspronkelijk vier dekstenen, waarvan er twee op de draagstenen konden worden gezet. Eén restant van de derde deksteen ligt in het graf en de vierde ontbreekt” (Bron: wandelboekje Drenthepad).
Het voelde als een heilige plek. De wandeling ging verder langs het Norgerholt, een van de oudste nog bewaarde cultuurbossen met voornamelijk eiken en hulst.
Het regende toen we even voor half vier Norg binnenliepen. We dronken verse muntthee bij “Karsten”.
De deur van de Margaretha kerk stond open, dus we konden het interieur nog bewonderen, inclusief het wijwatervat (12e eeuw), het doopvont (13e eeuw), de sluitsteen in het koor en de decoratieve beschildering. Mooi, eenvoudig 13e eeuws kerkje.
We namen de bus terug naar Roden, waar we nog boodschappen deden voordat we terug fietsen naar de camping.
Deze wandeldag ging fysiek prima (op de derde achtereenvolgende dag), maar was mentaal zwaar. Het was “maar” 16 kilometer, maar voelde als 20+. De buitjes, die een jas en plu noodzakelijk maakten (aan, uit) en de saaie rechte wegen boden weinig afleiding. Ook zulke dagen horen erbij. Het citaat van de dag klopt evenwel; een dag wandelen is vertragen.
Morgen gaan we een dagje fietsen, zaterdag naar het Drents Museum in Assen (“Gen F - 75 jaar figuratieve kunst”) en zondag naar huis. Ik sluit het blog voor dit moment af. Voordat we naar Spanje gaan, zal ik nog wel een paar keer op pad (moeten) gaan. Ik ben tot nu toe zéér tevreden hoe het gaat.