Een ommetje door “de achtertuin”
17 juli 2025 - Rhenen, Nederland
Uiteindelijk vertrok ik om 10.45 uur. Het was halfbewolkt, 22 graden met een wind uit het westen, kracht 2.
Het klompenpad “Grift en graften” dankt haar naam aan de graften op de Laarsenberg; begroeide hellingterrassen, die vermoedelijk uit de Middeleeuwen stammen en bedoeld waren om erosie tegen te gaan. De Grift (of Valleikanaal) loopt van de Nederrijn naar de Eem in Amersfoort. Het werd rond 1480 in opdracht van bisschop David van Bourgondië gegraven om de turf uit Veenendaal naar de Rijn te brengen. Het Binnenveld is lang voor landbouw gebruikt, maar is recent terug aan de natuur gegeven. Het klompenpad loopt door hooilanden, die in het voorjaar vol leven zitten. Nu was het stil en leeg.
De blauwe klompjes hangen al in het begin van de bos op de Laarsenberg. Er is maar een moment geweest, dat ik de klompjes heb gemist.
Bij binnenkomst in het bos wordt gevraagd niet te roken op open vuur te maken; de droogte is nog niet voorbij. Weinig geluiden, ook niet uit de dierentuin Ouwehands. Omgevallen bomen, die tegenwoordig blijven liggen en veel klein (geel) springzaad. Rond een klein perceel zijn heggen gevlochten. Het uitzicht op Achterberg blijft mooi en nu helemaal met de geel blonde korenvelden, waarin ook klaprozen bloeien. Bloemrijke akkerranden maken me blij, net als de insecten. Een buizerd miauwde boven mijn hoofd, libellen fladderde voorbij. De lucht was zomers blauw met witte wolkjes. Echte en gele kamille bloeiden langs het pad. Ik rook wilde bloemen en kruiden. Een bont zandoogje kon ik vastleggen. Ik zag verder een gehakkelde aurelia, koolwitjes, een atalanta. Ik liep over een zandpad met aan weerszijden mais. Hoewel geen liefhebber, vind ik de “plukjes rood haar” wel koddig staan op de maiskolven. Via de Bovenweg, langs het verpleeghuis “De Linde”, waar ik als casemanager wat stapjes heb liggen, langs moestuinen, waar de wortels en bieten andere afmetingen hebben dan die van mij. Ik liep de Snijdersteeg op. Na de bloemen geuren, drongen nu agrarische in mijn neus. Hier stond de mais hoger dan mijn 1.65. Wederik, kattenstaart, Sint Janskruiskruid, en akkerdistel vormden een mooi kleurenpalet.
LTO prees het volgende aan: “Lekker stukje vlees van de boer voor ons allemaal”. Ja, ze zijn hier trots op de boer!
Toch een beetje op mijn hoede, liep ik onder een eikenlaan, maar eikenprocessie nesten heb ik niet gezien. Ook geen koeien in de weilanden (staan in de stal) Wel hele bijzondere kippen met weelderig verenkleed en sokken met franjes en schapen die dicht tegen elkaar in de schaduw lagen te herkauwen. Een gaai vloog over, dames met haren in de knot en lange rok fietsten voorbij. Het klinkt heel idyllisch en dat was het ook wel, maar ik liep wel hoofdzakelijk op verharde paden en fietspaden. Mijn gedachten gingen naar de buren, die vandaag dan echt vertrekken naar Zeeland en naar de kleinkinderen, die vandaag schoolvakantie krijgen. Blaffende honden, strakke gazons en protserige huizen, dat is ook Achterberg. Een koe met haar kalf en twee lama’s; aparte combinatie. Weteringsteeg, Maatsteeg. Ik begon honger te krijgen. Het was net 12 uur, maar ik had vanmorgen al om 5.30 uur ontbeten. Elke ochtend zwaai ik DickJan uit om 5.45 uur. Ik stopte een paar bramen in mijn mond met de wens dat ze voor even de honger zouden stillen. Er liepen maar liefst zes ooievaars door het weiland, ik hoorde ze klepperen. Ik zag aan de horizon Wageningen. Ik kwam een bankje tegen waar ik twintig minuten de tijd nam om te eten. De zwaluwen scheerden boven mijn hoofd. Na de lunch vervoegde ik me op het drukke fietspad naast de Grift. De zon hield zich schuil. De vijf 7000 jaar oude eiken palen werden zichtbaar. De zwanebloem bloeide op de oever en de karekiet zong in het riet. De Grift is behoorlijk smerig door uitgereden mest. Toch zwom er een jong meerkoeten gezin voorbij. Verder was het saai; geen weidevogels (meer), reetjes of koeien. Wel een zilverreiger. Aan de ene kant wilg, aan de andere kant riet. De Laarsenberg dook op. Wind op kop, lekker. De zon was weer te voorschijn gekomen en het werd klam. De bloemen van duizendblad zijn kunststukjes, net kant. Ik liep de berg op, het bos in. De beuken voor de entree zijn indrukwekkend, ik kan de stam met geen mogelijkheid omarmen, zo breed zijn ze. Een citroenvlinder fladderde voorbij. De bramen zijn onvolgroeid en onrijp in het schaduwrijke bos. Ik hoorde stemmen vanuit de dierentuin.
Even voor twee uur deed ik de voordeur van het slot; 15.666 stappen gelopen. De wandeling zou 12 kilometer beslaan.
Nu zit ik met een ijspack op mijn knie. Ik ben niet helemaal pijnvrij en ook vermoeid. Mmm, mijn conditie vraagt kennelijk ook nog de nodige aandacht. Gisteren liep ik lekkerder. DickJan is ook klaar met de derde dag van de Vierdaagse en appte, dat hij wel lekker had gelopen. Morgen sta ik met gladiolen op de Sint Annastraat, die voor deze gelegenheid de “Via Gladiola” heet. Voor nu is het klaar.